1. Uitkomsten meicirculaire 2017

Samenvatting

In deze bijlage geven we een totaaloverzicht van de uitkomsten van de meicirculaire 2017. We beginnen met een samenvattend overzicht in de tabel. Daarna lichten we elk onderwerp toe. In het tweede deel van de bijlage geven we een nadere analyse van de uitkomsten.

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

Meicirculaire 2017

777

124

-13

-149

-316

De meicirculaire 2017 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds geeft de volgende uitkomsten:

  • 2017: € 777.000 negatief
  • 2018: € 124.000 negatief
  • 2019: € 13.000 positief
  • 2020: € 149.000 positief
  • 2021: € 316.000 positief
Af te zonderen posten

Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering

0

102

114

114

115

Het geld wat toegevoegd wordt aan het gemeentefonds (€ 0,1 miljoen) wordt gereserveerd voor onze jaarlijkse bijdrage aan dit gezamenlijke fonds. Reden hiervan is dat vanaf 2018 er geen rechtstreekse betalingen meer gedaan worden aan derden vanuit het gemeentefonds. Voor die tijd werd dit wel gedaan voor gezamenlijke gemeentelijke activiteiten aan de VNG. Vanuit gemeenten is de behoefte, urgentie en het financiële belang van het gezamenlijk organiseren van verbeteringen in de gemeentelijke dienstverlening de afgelopen jaren toegenomen. In het bijzonder vanwege de digitalisering. Vandaar dat er nu voor gekozen is om een fonds bij de VNG op te richten waaraan gemeenten verplicht een bijdrage moeten betalen. Jaarlijks wordt aan de gemeenten een uitvoeringsprogramma voorgelegd voor de besteding van dit fonds.

WMO 2015

-3.193

-2.926

-3.012

-2.926

-2.948

We ontvangen per saldo circa € 3 miljoen minder op het gebied van de Wmo. Deze korting wordt vooral veroorzaakt op het onderdeel Beschermd wonen. Per 1-1-2017 zijn de gemeenten Veghel en Sint Oedenrode overgegaan naar Meijerijstad. Hierdoor ontvangen we als centrumgemeente voor beschermd wonen € 3,9 miljoen minder rijksbijdrage. Daarnaast ontvangen we in totaal circa € 0,7 miljoen meer als gevolg van loon- en prijsstijgingen voor zowel het onderdeel beschermd wonen en Wmo dagbesteding/begeleiding. Overige belangrijke mutaties zijn:

  • Er is op dit moment geen overeenstemming over de volumegroei 2018. Het CPB/ CBS gaat hierna onderzoek doen in de zomer van 2017. Vooruitlopend zijn de beschikbare gelden voor deze volumeontwikkeling toegevoegd aan de integratie-uitkering sociaal domein. Dit gaat om een landelijk bedrag van € 44 miljoen, wat voor ons circa € 0,2 miljoen is.
  • De uitname voor de “herinstromers Wet langdurige zorg” wordt met ingang van 2017 gecorrigeerd, wat leidt tot een stijging van de integratie-uitkering sociaal domein.
  • Er worden extra gelden toegevoegd voor de extramuralisering 2018.

Jeugdzorg

548

-1.327

-1.327

-1.190

-1.081

We krijgen in 2017 extra geld voor de jeugdzorg, € 548.000. Vanaf 2018 nemen de middelen voor jeugdzorg af met circa € 1,3 miljoen per jaar. Naast de reguliere loon- en prijsbijstellingen gaat het op hoofdlijnen om de volgende aanpassingen:

  • Hogere uitkering door correctie uitname voor de “herinstromers Wet langdurige zorg”;
  • Lagere uitkering doordat bekostiging van stichting Adoptievoorzieningen wordt overgenomen door ministerie;
  • Lagere uitkering doordat intensieve zorg van kinderen met een somatische aandoening voor groter deel onder de Zorgverzekeringswet gaat vallen.

Participatiewet

690

501

470

456

412

We krijgen extra middelen voor de uitvoering van de Participatiewet. Het gaat om een jaarlijks bedrag van circa € 0,5 miljoen per jaar. Het extra budget is bijna helemaal bedoeld als compensatie voor prijsontwikkeling. Daarnaast is er in 2017 geld overgebleven voor de decentralisatie-uitkering Bonus beschut werken. Deze gelden blijven beschikbaar voor gemeenten en worden in 2017 toegevoegd aan de integratie-uitkering sociaal domein.

WMO huishoudelijke zorg

141

216

216

217

220

We ontvangen in 2017 een bedrag van € 141.000 extra voor huishoudelijke zorg. De jaren erna is dit bedrag jaarlijks € 216.000. Reden hiervan is een bijstelling van loon- en prijsontwikkeling voor 2017 en daarnaast zijn middelen beschikbaar gesteld voor stijging van aanvragen voor 2018.

Gezond in de Stad

0

125

125

125

125

Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad wordt voortgezet in de jaren 2018 tot en met 2021. Hiervoor ontvangen we voor die periode een bedrag van € 125.000 per jaar. Deze worden daarvoor gereserveerd.

LHBT- emancipatiebeleid

9

0

0

0

0

We ontvangen extra geld in het kader van Regenboogstad. Het gaat om een bedrag van € 9.000 in 2017.

Bonus beschut werken

42

0

0

0

0

Voor de realisatie van beschut werkplekken in 2015 en 2016 ontvangen we in 2017 een bonus. Deze bonus bedraagt € 42.000.

Maatschappelijke opvang

-843

-843

-843

-843

-843

We krijgen vanaf 2017 jaarlijks € 843.000 minder voor maatschappelijke opvang. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de uittreding van de voormalige gemeente Veghel. Daarnaast heeft er een aanpassing plaatsgevonden van het model waarmee het geld over de gemeenten verdeeld wordt.

Armoedebestrijding kinderen

429

433

433

433

433

In de decembercirculaire is al aangegeven dat we extra gelden ontvangen voor armoedebestrijding kinderen. Het gaat om een bedrag van € 433.000 vanaf 2018.

Armoedebestrijding onder ouderen

17

17

0

0

0

We ontvangen € 17.000 per jaar voor de jaren 2017 en 2018. Deze gelden zijn door het Rijk in de decembercirculaire beschikbaar gesteld voor armoedebestrijding onder ouderen met een bijstandsuitkering.

Uitvoeringskosten uitkeringen

0

280

280

280

280

We zien een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden, onder andere door de instroom van vluchtelingen. Voor 2016 en 2017 hebben we daarvoor reeds uitvoeringskosten begroot. Gezien de verwachtingen dat vluchtelingen gemiddeld 5 jaar in de uitkering zitten, is een bedrag voor uitvoering nodig van € 280.000 per jaar. Omdat ons volume aan bijstandsuitkering meer stijgt dan de landelijke gemiddelde ontwikkeling ontvangen we via de algemene uitkering meer uitvoeringskosten. Deze zetten we hiervoor in.

Loon- en prijsstijgingen

0

1.700

1.700

1.700

1.700

We zetten geld apart om loon- en prijsstijgingen te kunnen betalen, vanaf 2018 € 1,7 miljoen extra. Op basis van de huidige CAO voor gemeenten stijgen de loonkosten in 2017 met 0,4%. Deze CAO loopt tot 1 april 2017. Het Centraal Planbureau verwacht dat de lonen in 2018 met 2,4% stijgen en dat de reguliere overheidskosten stijgen met 1,6%. Met de stelpost verwachten we deze kostenstijgingen op te kunnen vangen.

Nieuwe maatstaf Loonkostensubsidie

525

840

850

850

850

We worden vanaf 2018 gecompenseerd voor uitvoeringskosten voor de uitvoering van loonkostensubsidie. Het betreft een bedrag van circa € 525.000 in 2017, oplopend tot € 850.000 de jaren erna. Binnen de algemene uitkering is een nieuwe maatstaf geïntroduceerd. De loonkostensubsidie is een nieuw instrument in de Participatiewet, waarbij de gemeente het gat aanvult tussen de loonwaarde en het wettelijk minimumloon. Voor de uitvoering hiervan moeten kosten gemaakt worden. Tot nu toe werd dit niet gecompenseerd in de algemene uitkering.

Totaal af te zonderen posten

-1.635

-882

-994

-784

-737

Saldo meicirculaire

-858

-758

-1.007

-933

-1.053

Meicirculaire 2017

De meicirculaire 2017 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds geeft de volgende uitkomsten:- 2017: € 777.000 negatief - 2018: € 124.000 negatief - 2019: € 13.000 positief - 2020: € 149.000 positief- 2021: € 316.000 positief

Af te zonderen posten

Van de uitkomsten van de meicirculaire moeten we nog diverse bedragen apart zetten voor specifieke onderwerpen.
Bij verlaging van de rijksbijdrage geldt dit andersom. Bijvoorbeeld een verlaging van de rijksbijdragen voor WMO leidt ook tot een verlaging van de uitgaven WMO. Deze verlaging van de kosten is in de tabel dan een voordeel. Deze beschrijven we hierna.

Saldo meicirculaire 2017

Als we rekening houden met de bedragen die we moeten afzonderen voor specifieke onderwerpen is het saldo
van de meicirculaire als volgt:

  • 2017: € 0,9 miljoen positief
  • 2018: € 0,8 miljoen positief
  • 2019: € 1 miljoen positief
  • 2020: € 0,9 miljoen positief
  • 2021: € 1,1 miljoen positief

Analyse op hoofdlijnen

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

Samen de trap op en af

-769

-562

-689

-572

-1.103

Korting apparaatskosten gemeenten

419

Overige rijksontwikkelingen

-89

-196

-318

-361

-369

Totaal

-858

-758

-1.007

-933

-1.053

Samen de trap op en af
De ontwikkeling van de algemene uitkering hangt voor een belangrijk deel af van de
ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens de normeringssystematiek (samen de trap op en af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering.
De voorjaarsnota van het Rijk resulteert voor alle jaren, met uitzondering van 2020, in een hoger accres dan in september 2016 werd voorzien. Daarnaast vindt in 2017 de afrekening plaats over het werkelijke accres in 2016. Dit accres komt ook hoger uit dat eerder verwacht.
Na verrekening met het benodigd bedrag voor loon- en prijscompensatie is er per saldo sprake van een voordeel van afgerond € 0,6 miljoen.

Korting apparaatskosten opschaling gemeenten
In het regeerakkoord is opgenomen dat het Rijk streeft naar minder en grotere gemeenten. De gedachte vanuit het Rijk is dat de beoogde opschaling van gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Dit leidt tot een uitname uit het gemeentefonds. De landelijke besparing op de apparaatskosten (formatie en bedrijfsvoeringskosten) is € 180 miljoen in 2017. In totaal is voor deze operatie een structurele bezuiniging van € 975 miljoen opgenomen (2025). Voor het jaar 2021 betekent dit een aanvullende bezuiniging van € 419.000.

Overige rijksontwikkelingen
Binnen de overige rijksontwikkelingen treden diverse effecten op door onder andere:

  • toename van hoeveelheden binnen het totaal van alle maatstaven, waarbij er met name een positief effect optreedt als gevolg van een toename van het aantal uitkeringsgerechtigden
  • een correctie in verband met het plafond voor het BTW compensatiefonds
  • diverse overige mutaties

Kanttekening
De voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering Sociaal domein (WMO 2015 en jeugdzorg) is uitgesteld. Op verzoek van de VNG moeten er eerst afspraken gemaakt worden over de structurele indexering van de betreffende budgetten. Besluitvorming daarover is aan het nieuwe kabinet, zodat overheveling naar verwachting niet eerder dan met ingang van 2018 kan plaatsvinden.
Wat de effecten van deze overheveling zijn, is op dit moment niet in te schatten.